De paradox van het diepe zuiden

New Orleans staat bekend als een prachtige stad. En dat is het ook. De bijzondere mengelmoes van verschillende culturen, de gezellige muziek en de mooie architectuur brengen het beste in de toerist naar boven. Gelukkig, want toerisme is de sector die de stad draaiende moet houden. 
Sinds de orkaan Katrina in 2005 heeft huisgehouden in het gebied, hebben veel bedrijven de stad verlaten. Niet alleen de verwoestingen die Katrina heeft veroorzaakt maken indruk. In de buitenwijken van New Orleans is het vooral de absolute armoede die opvalt en je raakt.

Wie vanuit het centrum naar de rand van de stad reist kan de grote verschillen tussen arm en rijk niet missen. In de stadsbussen zie je hoe hard het leven hier kan zijn. De bevolking is arm en de bussen zitten vol met uitgebluste mensen. Er hangt een soort gelatenheid in de lucht die moeilijk te beschrijven is. Waar de toerist komt om een van de meest authentieke steden van Amerika op te zoeken, lijkt het alsof de meerderheid van de inwoners van New Orleans vast zit in zijn eigen leven. In zekere zin is dat ook zo, gevangen in de onderklasse.

De onderklasse is een term die we in Nederland moeilijk kunnen begrijpen want eigenlijk hebben we er niet echt één. Er zijn wel Nederlanders die in armoede leven maar dat is zo'n absolute minderheid dat het begrip voor ons minder betekenis heeft. Hoe anders is dat in het diepe zuiden van Amerika. Het hart van 'the deep south' wordt gevormd door de staten Louisiana en Mississippi. De armoedecijfers van deze staten behoren tot de hoogste van heel Amerika met respectievelijk 18,3% en 20,1% van de bevolking die in armoede leeft. Hoewel dit behoorlijk schokkende statistieken zijn, krijgt dit onderwerp in de actuele verkiezingsstrijd niet de aandacht die het verdient.

De presidentsverkiezingen zijn dit jaar volledig in beslag genomen door de strijd om de middenklasse. Op tv en in de debatten gaat het altijd over de gezinnen met een middeninkomen en over de kleine bedrijven die zij proberen op te zetten. Er is politiek gezien dan ook weinig te halen in het zuiden. Niet alleen wat betreft het aantal kiesmannen zijn de zuidelijke staten oninteressant. Ook qua politieke voorkeur lijkt er op het eerste gezicht weinig te winnen.

De staten hier zijn namelijk het domein van de Republikeinen en zijn typische 'red states'. Dat is eigenlijk gek want theoretisch gezien is er hier genoeg kiezerspotentieel voor de Democraten. In Louisiana is 32% van de bevolking African-American en in Mississippi ligt dat percentage op 37%. De donkere bevolking, evenals mensen met een laag inkomen, stemt historisch gezien eerder Democratisch dan Republikeins. De demografische kenmerken wijzen op een democratische voorkeur. Waarom staan de Democraten er niet beter voor in het hart van het zuiden?

Het antwoord ligt waarschijnlijk in het weinige vertrouwen dat de mensen uit de onderklasse hier in de politiek hebben. Ze geloven dat noch Romney, noch Obama hun levens zal kunnen verbeteren en staan daarom onverschillig tegenover het politieke systeem. Dat is ook logisch als je eerste prioriteit is om je baan te behouden en je gezin te ondersteunen. Overleven is hier het belangrijkste. Dan pas komt de rest en heel misschien hoort politiek daar ook bij.

Het is moeilijk om weerstand te bieden aan deze vicieuze cirkel. De mensen die het verschil zouden kunnen maken in hun eigen leven zijn daar op politiek gebied nauwelijks mee bezig. Net als de paradox van de American Dream is ook de paradox van het zuiden moeilijk te doorbreken. De mensen hier hebben de politiek hard nodig maar de politiek heeft hen niet nodig. Het kost teveel tijd en geld om in deze staten campagne te voeren voor te weinig electorale stemmen. De onderklasse blijft in de Amerikaanse politiek daarom vrijwel onzichtbaar. Toch hoef je in het diepe zuiden maar even verder te kijken om te zien dat hij wel in overvloed aanwezig is.

 

Danique Karamat Ali