Commander in Chief

Vandaag is het nog 14 dagen tot de verkiezingsdag in Amerika. De spanning loopt op in de campagnes en de eindsprint is ingezet. Met een nek-aan-nek race in de peilingen, beide kandidaten staan op 47%, zijn we op een cruciaal punt aangekomen in de verkiezingsstrijd: het laatste debat. Dit vond gisteravond plaats in het zonnige Florida, één van de belangrijkste staten deze verkiezingen. De verwachtingen voor dit debat waren hooggespannen. Zoals met elk debat waren de belangen ook dit keer groot. Bovendien was dit de laatste kans voor de mannen om een groot deel van de kiezers toe te spreken en direct te beïnvloeden.

Buitenlands beleid was het hoofdonderwerp van het laatste debat. Een interessante keuze voor zo'n belangrijk moment, want de gemiddelde Amerikaan vindt het buitenlandse beleid van de VS niet de hoogste prioriteit deze verkiezingen. De economie is nog steeds het belangrijkste en de kandidaten probeerden dan ook af en toe terug te springen op de binnenlandse onderwerpen waar ze punten op konden scoren. Maar de onderwerpen in het debat waren allemaal internationaal van aard en het doel van de kandidaten was om te laten zien dat ze deze issues aankunnen en dat ze sterke leiders zijn. Wie is er het scherpst, wie oogt het sterkst, wie is de beste Commander in Chief?

Verschillende media vroegen zich de afgelopen dagen af wie van de twee kandidaten meer baat zou hebben bij buitenlands beleid als onderwerp. Volgens experts zou President Obama in het voordeel zijn vanwege de ervaring die hij de afgelopen 3,5 jaar heeft opgebouwd. Die kennis van zaken gebruikte hij in het debat inderdaad goed. Hij oogde scherp maar relaxed en gebruikte veel voorbeelden van acties die hij als Commander in Chief heeft ondernomen. Obama was veel agressiever dan in zijn eerste teleurstellende debat. Hij wees de kijker regelmatig op de onervarenheid van de Gouverneur en viel hem aan op uitspraken uit het verleden. Toch wist hij ook op een diplomatieke manier zijn eigen boodschap over te brengen en met mooie woorden een goed gevoel te creëren bij de kijker.

Romney was de underdog, maar hij had ook een grotere uitdaging. Dat kwam door zijn gebrek aan ervaring op Buitenlands beleid en door het gebrek aan een duidelijke visie waarmee hij zich zou kunnen distantiëren van de Obama regering. Hoe kon hij presidentieel en goed geïnformeerd overkomen en tegelijkertijd een duidelijk beleid uiteenzetten dat de kiezer kon onderscheiden van Obama's beleid? Dat probeerde hij door een gematigdere strategie te benadrukken. Hij leek milder dan Obama zowel qua inhoud als qua stijl. Hij was minder agressief maar toonde tegelijkertijd wel voldoende op de hoogte te zijn van het buitenlandse beleid. Op een aantal punten was hij het eens met Obama wat zeker in het voordeel is van de President. Aan de andere kant toonde Romney dat hij een goede uitdager is van de President en dat hij op een serieuze manier kan omgaan met internationale belangen.

De verwachting was dat Obama als winnaar uit het debat zou komen en na het debat meldden een aantal zenders dat dit inderdaad het geval was. CNN peilde dat 48% van de kijkers vond dat Obama had gewonnen tegenover 40% voor Romney. De vraag blijft wel of het laatste debat werkelijk een grote indruk zal achterlaten in de peilingen. Buitenlands beleid heeft vermoedelijk niet de invloed op het kiesgedrag die andere issues wel hebben. Wat dat betreft zal Bill Clinton's campagneslogan nog zeker twee weken actueel blijven: “It's the economy, stupid!”.

 

Danique Karamat Ali