Wisselende kiezers

Na twee weken peilingen waren we met zijn allen toch wel een beetje beduusd toen de verkiezingsuitslag na verschillende prognoses op het scherm stond. Hoewel het woord 'tweestrijd' al dagenlang centraal had gestaan in de media waren de twee reuzen, VVD en PvdA, toch groter geworden dan de peilingen aangegeven hadden. Hoewel je aan de betrouwbaarheid van peilingen kunt twijfelen wordt dit verschil verklaard door de strategische keuzes die veel kiezers gemaakt hebben.

Volgens het na-de-verkiezingen-onderzoek van Maurice de Hond heeft ongeveer een derde van de PvdA kiezers strategisch gestemd tegenover bijna een kwart van de VVD stemmers. Als er niet strategisch gestemd zou zijn, was de PvdA op zo'n 26 zetels uitgekomen in plaats van de behaalde 38 zetels, en de VVD op 34 zetels in plaats van de werkelijke 41 zetels. Dat scheelt nogal wat en dit verschil heeft behoorlijke gevolgen voor het formatieproces.

De afgelopen dagen is de discussie over strategisch stemmen weer opgelaaid en passeren vele vragen en strenge oordelen over strategische stemmers de revue. Is het eigenlijk wel goed dat men strategisch stemt, of is dit juist een uitholling van de democratie, omdat niet de idealen worden gevolgd maar men ‘overloopt’ naar een andere partij? Een interessante discussie die helaas een beetje voorbij gaat aan de ontwikkeling die de kiezer de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. Kiezers zijn in toenemende mate ‘wisselende kiezers’ geworden die zich veel moeilijker dan vroeger aan een politieke partij binden. Anders gezegd is de bereidheid van de kiezer om van partij te wisselen groter geworden. Er wordt meer getwijfeld en gezweefd, en indien er genoeg aanleiding wordt gegeven, wisselt men ook van partij ten opzichte van de vorige verkiezingen.

De beweegreden om uiteindelijk te switchen kan van alles zijn. Is het dan toch het kapsel van Diederik Samsom geweest, of de lach van Mark Rutte die de kiezer over de streep heeft getrokken? Hoewel het heel aannemelijk is dat iemand zijn stem uitbrengt met de stekeltjes van Samsom op het netvlies, is het waarschijnlijker dat er deze verkiezingen een aantal algemene factoren waren die de neiging van partij te ruilen hebben geprikkeld. Zo was het electoraat bij de verkiezingen van 2010 zo versplinterd dat men nauwelijks een idee had waar te beginnen met de formatie. Dat er uiteindelijk een minderheidskabinet uitrolde was een bijzondere gewaarwording in Nederland en resulteerde erin dat de meerderheid van de kiezers niet vertegenwoordigd was in het kabinet. Deze uitsluiting van een groot deel van de stemmers, gecombineerd met de nek-aan-nek race tussen Samsom en Rutte, heeft ervoor gezorgd dat de wisselende kiezer deze verkiezingen een grote behoefte had zijn blok tot de grootste te maken.

De wisselende kiezer kan dus een strategische stemmer worden als de omstandigheden daar om vragen. Peilingen en media spelen vermoedelijk een grote rol bij het vormen van deze omstandigheden. Een land met veel wisselende kiezers is gevoeliger voor het geweld van grote campagnes en de overdaad aan media-aandacht. Dat is iets waar opiniepeilers en de media in de toekomst rekening mee kunnen houden. De wisselende kiezer kan in korte tijd het politieke landschap helemaal omgooien. Een stem op een partij is anno 2012 geen belofte van de kiezer om bij die partij te blijven, maar eerder een blijk van vertrouwen voor een bepaalde periode. We moeten elke verkiezingen weer nagaan of dat vertrouwen wel of niet is waargemaakt door de partijen en of ze een nieuwe stem waard zijn. Want in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Met het oog op de wisselende stemmer is dit de enige zekerheid voor politici.

 

Danique Karamat Ali