Dictatuur in Den Haag

Voorafgaand aan de dag van de democratie op 15 september organiseerde ProDemos in Den Haag voor de tweede maal de nacht van de dictatuur. Opgegroeid in een democratie lijkt dictatuur een ver van je bed show, maar in veel landen is een dictatoriaal regime dagelijkse realiteit. Met een uitgebreid programma bood ProDemos bezoekers de kans om, op verschillende locaties in de stad, meer te weten te komen over deze regeringsvorm. In lezingen, films, exposities en theater werd de dictatuur belicht.

Bij binnenkomst val je gelijk in een andere wereld. De medewerkers hebben zich laten inspireren door het boek ‘1984’ van George Orwell, waarin het leven onder een dictator centraal staat. Gekleed in witte pakken met mondkapjes vormen ze een eenheid waarbij het gevoel je bekruipt dat je in een nietszeggende massa terecht bent gekomen en de eigen identiteit verloren gaat. Dit werkt gelijk, want als één van de medewerksters over haar collega zegt ‘dat moet je even aan hem vragen’ gaat er verbaasd een mondkapje naar beneden. ‘Hem?, ik ben een haar hoor.’

Eén van de behandelde onderwerpen is Literatuur en Dictatuur. Schrijvers Vamba Sherif en Rodaan al Galidi hebben beiden de gevolgen van een dictatuur aan den lijve ondervonden. De uit Liberia afkomstige Sherif vertrok met zijn familie naar Koeweit waar ze een luxe leven leidden totdat ze in 1991 moeten vluchten vanwege de golfoorlog en in Nederland terecht komen. Door deze vlucht ziet Sherif zijn droom om medicijnen te gaan studeren in Amerika in rook opgaan. Hij begint te schrijven over zijn ervaringen wat resulteert in verschillende romans waaronder ‘Zwijgplicht’, geïnspireerd op zijn ontmoeting met dictator Charles Taylor.

Rodaan al Galidi leefde onder het bewind van Sadam Hoessein in Irak, waarvandaan hij vlucht om de dienstplicht te ontlopen terwijl zijn familie achterblijft. Het contact met zijn familie, een broer die vermoord wordt in Irak en zijn eigen ervaringen confronteren hem nog regelmatig met het verleden. Onbezorgdheid is er niet meer bij, maar gelukkig verliest hij niet zijn gevoel voor humor. Wat blijkt uit een gedicht dat hij schrijft over zijn woonplaats Zwolle. ‘Als het einde van de wereld nadert wil ik in Zwolle zijn, want daar gebeurt alles een kwart eeuw later’, citeert de schrijver en dichter. Hij vertelt ook over de keer dat hij tijdens verkiezingen in zijn geboorteland met zijn vader mee gaat om te stemmen. De vraag op het formulier is, Kiest u voor president Sadam Hoessein? Er zijn twee hokjes aan te kruisen, ja of nee. Onderaan het formulier staan alle persoonlijke gegevens van de stemmer. Durf dan nog maar eens voor nee te kiezen.

De heftige ervaringen van de schrijvers maakt ook dat ze heel relativerend naar de wereld om zich heen kijken. Waarom maken Nederlanders zich zo druk over kleine dingen terwijl ze in een vrij land leven? Vanuit dit vrije land kunnen we alle kanten op die we willen, zelfs op vakantie naar een dictatuur. Redacteur en schrijver Frank van Hoorn deed onderzoek naar de geschiedenis van het toerisme in dictaturen in Europa. Voor dictators is toerisme een prachtig middel om hun land te promoten en de aantrekkingskracht van het onbekende is reden voor toeristen om die kant af te reizen. Mussolini, de Italiaanse dictator van 1922 tot 1943, ging met journalisten op de foto. Wat mooie plaatjes opleverde voor reisbrochures en ook Nazi-Duitsland was tot 1939 een heerlijk ontspanningsoord voor reizigers. Van Hoorn reist door het dictatoriale verleden van Europa en schrijft daarover in zijn boek ‘Vuil van de reis’. Ook bezoekt hij Wit-Rusland waar ‘de laatste dictator van Europa’ regeert, Aleksandr Loekasjenko, hier merkt hij dat er een wereld om je heen gecreëerd wordt waardoor je als toerist helemaal niet door hoeft te hebben dat je in een dictatuur terecht bent gekomen. Zou dat de reden zijn dat landen als Egypte en Tunesië tot voorkort nog toeristische trekpleisters waren en China en Cuba nog steeds graag bezocht worden?

Een andere discussie is die van Internet en Dictatuur. De vraag is hoe autoritaire regimes gebruik maken van het internet en welke rol westerse bedrijven en overheden hierin spelen. Europarlementariër voor D66 Marietje Schaake, Fieke Jansen werkzaam bij ontwikkelingsorganisatie Hivos en universitair docent aan de Rijksuniversiteit van Groningen Kees de Vey Mestdagh gingen hier over in debat. Waar Schaake graag ziet dat er Europese regelgeving komt voor bedrijven die software verkopen aan landen waarmee de bevolking onder de duim gehouden wordt, denkt de Vey Mestdagh dat het beter is als bedrijven door reputatieschade bepaalde landen gaan mijden als klant. Ook vraagt hij zich samen met Jansen af waarom de overheid bedrijven niet stimuleert om meer software te ontwikkelen die er voor zorgt dat het controleren van internetgegevens onmogelijk wordt, want ook in Nederland is het volgens hen belabberd gesteld met de privacybescherming van internetgebruikers. Het pleidooi van Schaake doet mij de vraag stellen waar eigenlijk de grens ligt aan welk land je wel of niet wat mag verkopen als bedrijf. Want was het niet zo dat voor de Arabische lente wereldleiders nog innig knuffelde met iemand als Gaddafi? Van de een op de andere dag veranderde hij van vriend naar vijand. Leggen we op deze manier niet pas onze normen en waarden op als het ons zo uitkomt? Schaake erkent dat dit inderdaad het geval is, maar het maakt wetgeving hiervoor niet minder noodzakelijk. Of deze er daadwerkelijk komt is nog de vraag.

Met dit soort gesprekken en nep cameraatjes die naar je staan te knipperen op het toilet heeft ProDemos deze avond een inkijkje gegeven in de wereld van dictaturen. Een mooi initiatief dat je aan het denken zet over onze verworven vrijheden in Nederland. 

 

Lisette de Ruijter van Steveninck